Home Politiek Annelies Storms 22 maart 2004: Antwoord

22 maart 2004: Antwoord PDF Afdrukken

In antwoord op de vragen van het geachte lid kan ik het volgende meedelen:

De vijf CVS-referentiecentra die een overeenkomst hebben gesloten met het RIZIV kunnen in totaal jaarlijks aan maximaal 700 patiënten een volledige revalidatie aanbieden. Dit aantal is beperkt in functie van het budget dat voor deze centra beschikbaar is. Aangezien het geschatte aantal patiënten in België dat zou lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom groot is, is het aantal patiënten dat de CVS-referentiecentra jaarlijks via hun overeenkomst kunnen behandelen binnen de grenzen van het budget gemaximaliseerd.

Het aantal patiënten dat elk centrum kan behandelen varieert in functie van de omvang van de personeelsequipe van elk centrum. De CVS-referentiecentra van de UZ Leuven (overeenkomst sinds 1 april 2002), het UZ Antwerpen (overeenkomst sinds 1 juni 2002), het UZ Gent (overeenkomst sinds 1 september 2002), het AZ VUB (Dienst pediatrie) (overeenkomst sinds 1 oktober 2002) en de UCL (site St-Luc te Brussel; site Mont-Godinne te Yvoir) (overeenkomst sinds 1 oktober 2002), kunnen jaarlijks respectievelijk maximaal 155 (UZ Leuven), 139 (UZ Antwerpen), 134 (UZ Gent), 57 (AZ VUB - dienst pediatrie) en 215 patiënten (UCL) behandelen.


In het kader van de overeenkomst met de CVS-referentiecentra is een zogenaamde Akkoordraad opgericht waarin zowel de centra als de verzekeringsinstellingen vertegenwoordigd zijn. De RIZIV-overeenkomst met de centra voorziet dat deze Akkoordraad zesmaandelijks vergadert. Tijdens deze vergaderingen wordt de werking van de centra - onder meer aan de hand van statistische analyses - besproken en worden problemen die zich voordoen (als daar zijn de wachtlijsten), ter sprake gebracht, bestudeerd en opgevolgd.


Naar aanleiding van de laatste vergadering van deze Akkoordraad heeft de betrokken dienst van het RIZIV berekend dat de centra tot en met 31 augustus 2003 bij ongeveer 700 patiënten een revalidatie hebben opgestart. Sommige centra hebben vanaf de aanvang van hun overeenkomst een groot aantal patiënten behandeld; andere centra hebben een iets langzamere - doch niet uitzonderlijk trage - aanvangsfase gekend en behandelen nu stilaan eveneens een normaal aantal patiënten. De overeenkomst met twee van de vijf CVS-referentiecentra was op 31 augustus 2003 nog slechts 10 maanden van kracht.

Het aantal patiënten dat van 1 april 2002 tot en met 31 augustus 2003 effectief door de CVS-referentiecentra gezien is, ligt waarschijnlijk trouwens nog veel hoger omdat niet elke patiënt die door de huisarts naar een CVS-referentiecentrum verwezen wordt uiteindelijk een revalidatieprogramma volgt in dat centrum. Voorafgaand aan een effectieve tenlasteneming door een CVS-referentiecentrum raadpleegt de verwezen patiënt een internist van het centrum die het vermoeden van de CVS-diagnose dient te bevestigen opdat de patiënt in aanmerking kan komen voor een revalidatie in het centrum. Indien de internist in kwestie naar aanleiding van deze raadpleging vaststelt dat de patiënt toch niet lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom of dat de patiënt wel lijdt aan het CVS maar dat het behandelingsprogramma dat het CVS-referentiecentrum volgens de RIZIV-overeenkomst aanbiedt geen of onvoldoende kans op slagen biedt omdat het onvoldoende aansluit bij de individuele problematiek van de patiënt, verplicht de RIZIV-overeenkomst expliciet dat het CVS-referentiecentrum de patiënt op gedegen manier zal doorverwijzen naar een zorgverlener of zorgverleningsinstantie waarbij de patiënt terecht kan voor een behandelingsprogramma waar hij of zij wél baat bij zal vinden. Op deze manier wordt voorkomen dat de centra patiënten zouden kunnen "dumpen" via een eenvoudig retourbriefje aan de verwijzende arts.


Hiermee rekening houdend begeleiden de centra dus (veel) meer patiënten dan dat ze er uiteindelijk in revalidatie nemen. De ongeveer 700 patiënten die tot en met 31 augustus 2003 effectief een revalidatie hebben aangevangen zijn dus slechts een deel van het totale aantal patiënten die de vijf CVS-referentiecentra in die periode begeleid hebben. Meer gedetailleerde gegevens met betrekking tot het aantal patiënten dat elk centrum tot nu toe behandeld heeft en met betrekking tot de wachtlijsten die in sommige CVS-referentiecentra bestaan, kan ik het geachte lid momenteel nog niet geven.


De experimentele fase van de RIZIV-overeenkomsten met de CVS-referentiecentra loopt af op 30 juni 2005. Tijdens deze fase van de overeenkomsten wordt per patiënt die door de huisarts verwezen is naar de centra, op gestandaardiseerde wijze een groot aantal parameters geregistreerd met betrekking tot de patiënt, zijn behandeling en het effect van deze behandeling. Op basis van deze gegevens zal tegen het einde van de experimentele fase van de overeenkomsten een geanonimiseerde, statistische studie uitgevoerd worden. Op basis hiervan zal het onder meer mogelijk zijn het probleem van de wachtlijsten statistisch vast te stellen en indien nodig geschikte maatregelen te nemen

 

Nieuwsflits

Previous Next
CVS Contactgroep zoekt vrijwilligers

Lees meer...

Pijnlijn

078 159 160

Meer info...


Statistieken

Artikelen bekeken hits : 101832

© 2012 CVS Contactgroep VZW
Artikels en afbeeldingen mogen niet zonder toestemming van de auteur/maker worden verveelvoudigd op welke wijze dan ook.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.